Tonnus Oosterhoff
zochten hem op
omdat lang niets vernomen hadden, zorgen maakten.
De bel weigerde dienst, liepen om, keken door bijkeukenraam.
Hij was er niet; hij zat naast de schoffel, de laarzen,
hij had de handen om de knieën.
Toen hij doorhad wuifde hij.
'Doe open.' 'Nee, nee.' 'Toe, laat binnen (je ziet er goed uit)'
Hij kwam overeind; wat (was hij) vermagerd.
Hij zocht de sleutel, kon die niet vinden, wees: voordeur.
Verdween door de binnendeur.
Buitenlangs, elkaar aanziend.
uit: (Robuuste tongwerken)
een stralend plenum
Bezige Bij 1997
Tonnus Oosterhoff (Leiden, 1953) is neerlandicus en was lange tijd werkzaam als freelance tekstschrijver. Ook doceerde hij aan de Schrijversvakschool 't Colofon. Voor zijn bundel Boerentijger kreeg hij de C. Buddingh'prijs voor het beste poëziedebuut. In zijn werk 'wankelt het houvast van de verteller en de lezer', aldus Arjan Peeters, 'en krijgen ongewone woorden en beelden de kans zich van hun poëtische kant te laten zien.' Oosterhoff schreef ook romans en essays.
