Over de geschiedenis van
'Dat Maegdenhuys'.
Frederieke en Sietze Wierda heten u welkom
Medio 11de eeuw verrijzen op de omwalde zandrug, boven de samenvloeiing van IJssel en Berkel, een grote kapittelkerk en een forse bestuurshal (beide van tufsteen) als één van de gewestelijke machtscentra in het Rooms-Duitse keizerrijk. Deze omwalde burcht is een overblijfsel van een 9de eeuwse ringwalburg, aangelegd na een vikingplundering in 882. Aan de zuidzijde van de in 1105 aan de heilige Walburga gewijde kerk wordt de steeds afkalvende oever regelmatig opgehoogd ter bescherming tegen het water van de IJssel, die dan ongeveer op de plek van de rechtbank en het ROC stroomt. Langs die oever staan waarschijnlijk al in de 13de eeuw kerkelijke gebouwen achter een in die eeuw aangelegde stadsmuur (gedeeltelijk over de Martinetsingel lopend). In 1357 wordt de IJsselbedding verlegd naar het westen; een nieuwe stadsmuur (nu nog zichtbaar) wordt ca 1360 aangelegd.
Ongeveer 10 jaar later ontstaan bakstenen kapittelhuizen in 'de straet van de Vijfhuesen', bewoond door kerkelijke functionarissen. Een deel van die huizen staat er nu nog. Eén daarvan is Kerkhof 2, in de 15de eeuw bewoond door 'maegdekens', die zorgen voor het dagelijkse onderhoud van de parochiekerk: de Walburgis kapittelkerk is n.l. als parochiekerk gewijd aan Onze Lieve Vrouwe (Maria) en het huis staat dan bekend als het 'Onze Lieve Vrouwe Maegdenhuys'. Dendrochronologisch (jaarringen) onderzoek bevestigt de aanname over de bouwtijd: een deel van de balken in de kapconstructie stamt nog uit ca 1370.
Tussen 1870 en 1960 staat er achter Kerkhof 2 en 6 een achterhuis (nr 4) in de stadsmuur, bereikbaar via de gang van nr 6. Dit verklaart waarom er nu nog een 'gat' is tussen de nrs 2 en 6. In de 60-er jaren wordt het achterhuis gesloopt, de muur gereconstrueerd en worden de huizen aan het Kerkhof gerestaureerd.
Gelukkige bewoner sinds 1973: Sietze Wierda.
Gastauteur Hanz Mirck
Terug naar de cultuurroute

