De Sint Walburgiskerk
De Grote of Sint Walburgiskerk was in de middeleeuwen zowel kapittelkerk als parochiekerk. Het kapittel, bestaande uit een kloostergemeenschap van kanunnikken (koorheren) onder leiding van een proost, werd gesticht rond 1050 door de Utrechtse bisschop Bernulphus die toen heer en meester was in Zutphen. De bestaande kleine parochiekerk werd toen vervangen voor een enorme romaanse basiliek die een waardig tegenhanger vormde van de romaanse palts die door de bisschop en de Duitse keizer op het plein 's-Gravenhof werd gebouwd. Deze grote basiliek legde de basis voor de huidige kerk en delen van het 11e-eeuwse metselwerk zijn nog tot boven de gewelven bewaard gebleven. De kerk werd tussen 1200 en 1275 ingrijpend verbouwd in de romano-gotische Rijnlandse stijl maar niet wezenlijk vergroot. De kerk mocht niet meer lijken op een typisch Utrechtse kerk nu de Gelderse graven het hier voor het zeggen hadden. Deze verbouwing had dus een politieke reden. De huidige toren van de kerk kwam toen tot stand en bepaalde het stadsgezicht tot de huidige dag van vandaag. In de loop van de 14e en 15e eeuw, Zutphens bloeitijd, werd de kerk vergroot en verfraaid. Als belangrijkste en oudste parochiekerk van de stad en met de functie van kapittelkerk was de Sint Walburgiskerk een gebouw waar de Zutphenaren trots in investeerden. De kerk moest natuurlijk mooier en groter zijn en blijven dan de kerken van de andere hanzesteden. In 1482 kreeg de toren een leien spits die hoger was dan de toren van de dom van Utrecht. De enorme spits ging als gevolg van een blikseminslag in 1600 verloren. In de tweede helft van de 15e eeuw vond een belangrijke verbouwing plaats die de kerk een nieuw aanzien gaf. Na meer dan 500 jaar werd de opzet van basiliek verlaten en werden de zijbeuken opgehoogd tot de hoogte van het middenschip en op deze hoogte overwelft. De basiliek werd een hallenkerk! Het verbouwen van basilieken tot hallenkerken was echter een algemene tendens in de oost-Nederlandse en Rijnlandse steden. De bouw van de transepten en de wereldberoemde Librije maakten de vergroting van de kerk compleet. Al deze verbouwingen en uitbreidingen gaven de kerk het zo karakteristieke dakenlandschap dat vanaf de Martinetsingel goed te zien is. Trots lieten de rijke kooplieden, stadsbestuurders en gilden hun wapens afbeelden op de gewelven van de kerk. Zij waren immers de sponsors van al deze kostbare investeringen. Maar voor eigen zielenheil en het aanzien van de stad had men wel wat over.
e-mail: info@postzutphen.nl
