Corrie van de Vendel

Luchtspiegeling, 2002
De installaties van de Utrechtse kunstenares Corrie van de Vendel lijken de wetten van de zwaartekracht te tarten. Ze bestaan uit lichte, soms transparante materialen en vormen. Een ruimte wordt bespannen met dunne draden die een materieloos web vormen, een massieve stenen vloer krult aan de rand schijnbaar moeiteloos omhoog en witte ballonnen zweven vol verlangen naar de hemel, waar hen een vrije doortocht wacht. Lichtheid, immaterialiteit en vluchtigheid zijn dan ook de termen die in je opkomen bij het zien van deze werken.
Het kunstwerk met de titel 'Luchtspiegeling', dat Van de Vendel voor deze gelegenheid in de Zutphense Walburgiskerk heeft geplaatst, past in deze reeks. Een aantal dunne polyester platen is in horizontale richting opgehangen in de ruimte. De spiegelende platen weerkaatsen de structuur van de vloer. Deze weerspiegeling wordt als het ware overgenomen door de blokvormige platen die onderdeel uitmaken van het kunstwerk. Het ruimtebesef van de beschouwer wordt hiermee danig verstoord: de vloer is tegelijkertijd onder en boven je. De stevige basis waarop je staat hangt opeens volumeloos boven je hoofd. Het is de wereld op z'n kop.
Een aantal platen heeft een zacht golvende vorm, waardoor het geheel langzaam oplost in de lucht en in het licht dat door de ramen erboven valt. Het raam trekt de installatie als het ware naar boven. De installatie lijkt te willen vluchten naar buiten, naar het licht dat daar is, om daarin op te gaan. Van de Vendels 'Luchtspiegeling' is op deze manier stoffelijk en onstoffelijk tegelijk, net als een echte luchtspiegeling, die op het eerste gezicht zeer overtuigend is, maar bij toenadering en aanraking oplost in het niets.
Licht en lucht zijn elementen die pas vrij recentelijk in het werk van Van de Vendel de boventoon voeren. In eerdere installaties vinden we nog zware, massieve vormen die het geheel aan de grond houden of naar beneden trekken. Zelf ziet ze deze ontwikkeling in haar werk als een drang of durf om de beheersing steeds meer los te laten. "Ik zie dat beheersen, die starre indeling die houvast zou moeten bieden, nu niet alleen als een onbereikbaar ideaal, maar meer nog als geen ideaal. Het is me liever de dingen te laten zijn wat ze zijn, me te laten verrassen. Het is meer een 'overlaten' geworden dan een vasthouden en beheersen.", aldus Van de Vendel.
De ruimte van de kerk is uitstekend geschikt om het kunstwerk te omsluiten. Het contrast tussen de overwegend zware architectuur van het gebouw en de lichtheid van de installatie, doet deze laatste alleen nog maar lichter lijken. In die zin sluit het kunstwerk zelfs naadloos aan bij de Gotische ornamentiek in de kerk, die eveneens een tegenwicht wil zijn voor de massieve pijlers en muren en op die manier een streven uitdrukt naar een materieloze wereld, waarin het licht regeert.
Michelle Heinen

